Wet- en regelgeving

Het is voor de (semi-)overheid al jarenlang verplicht om websites toegankelijk te maken. Dit is vastgelegd in het openstandaardenbeleid dat geldt voor de publieke sector en in diverse bestuursakkoorden. Door een Europese richtlijn uit 2016 komt er bovendien in 2018 een wettelijke verplichting om de toegankelijkheidsstandaard toe te passen.

Ook de aanpassing van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (2017) verplicht bedrijven en overheden om hun goederen en diensten zo toegankelijk mogelijk aan te bieden.

Tijdlijn:Wet- en regelgeving toegankelijkheid

2008 - 2018

Vanaf 2017

Vanaf 2018

Internationale afspraken

VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking

De VN heeft het verdrag voor de rechten van mensen met een beperking in 2006 opgesteld. Het moet ervoor zorgen dat mensen met een beperking op dezelfde manier kunnen leven en meedoen in de maatschappij als andere mensen. Daarom moeten ook digitale informatie en dienstverlening toegankelijk zijn.

De Tweede Kamer heeft begin 2016 besloten dit VN-verdrag uit te gaan voeren. Kort daarna ging ook de Eerste Kamer akkoord. Op 14 juli 2016 is het verdrag in werking getreden. Lees meer over het VN-verdrag op Rijksoverheid.nl.

EU-richtlijnen

Naast het VN-verdrag is ook een Europese richtlijn van invloed op het beleid in Nederland. Het gaat om richtlijn 2016/2102 voor de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties (apps) van overheidsinstanties.

Deze richtlijn helpt de lidstaten om hun doelen op het gebied van toegankelijkheid te bereiken, en om te voldoen aan de verplichtingen van het VN-verdrag. Een ander doel van de richtlijn is om de toegankelijkheidseisen van de verschillende EU-landen gelijk te trekken. Internationale ICT-bedrijven hoeven dan niet voor elk land aan andere eisen te voldoen.

Wetgeving in Nederland

Nederland is verplicht om Europese richtlijnen om te zetten in nationale wetgeving. De richtlijn 2016/2102 moet uiterlijk 23 september 2018 in nationale wetgeving zijn omgezet. Dit zal naar verwachting gebeuren op basis van de wet Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Aan die wet wordt nu hard gewerkt.

Voor welke organisaties gaat de wettelijke verplichting gelden?

In de wet GDI staat dat de minister van BZK met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) een standaard verplicht kan stellen. Vaak zal het gaan om standaarden die al op de ‘pas toe of leg uit’-lijst staan. Voor welke overheidsinstanties, in welke gevallen en vanaf welk moment de wettelijke verplichting gaat gelden kan per standaard verschillen. Het toepassingsbereik kan beperkter zijn dan dat van dezelfde standaard op de ‘pas toe of leg uit’-lijst. Dit wordt in de AMvB beschreven.

Het is de bedoeling dat de standaard EN 301 549 met zo’n Algemene Maatregel van Bestuur breed verplicht wordt gesteld. Om een beeld te krijgen van de organisaties waarvoor de wettelijke verplichting naar verwachting gaat gelden is de (ruime) definitie van ‘overheidsinstantie’ in artikel 3 van de EU richtlijn handig.

Gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte

Om te voldoen aan de eisen die in het VN-verdrag zijn gesteld is de Wet gelijke behandeling op grond van handicap en chronische ziekte aangepast. Deze wet omvat nu ook het terrein goederen en diensten. Ook digitaal aangeboden goederen en diensten vallen onder de verplichting. Dit houdt in dat bedrijven en overheden hun (digitale) aanbod zo toegankelijk mogelijk moeten maken.

De wet is bedoeld om discriminatie op grond van handicap of chronische ziekte te voorkomen. De opzet is dus heel breed. Daarom worden geen specifieke standaarden voor digitale toegankelijkheid genoemd. De wet verplicht organisaties (overheid en bedrijfsleven) om zorg te dragen voor toegankelijkheid. Het gaat om eenvoudige aanpassingen, die geen onevenredige belasting vormen voor de organisatie.

Mensen die tegen een probleem met toegankelijkheid aanlopen kunnen een beroep doen op deze wet om een aanpassing te eisen.

Zie ook

Hoort bij